Waarom klachten?

Mensen lopen, gaan zitten, staan op. Mensen bukken, tillen, springen. Niet iedereen gebruikt bij dezelfde bewegingen dezelfde spieren in dezelfde mate. Iedereen ontwikkelt onbewust zijn of haar, niet altijd optimale, individuele houdings- en bewegingsgewoonten. Sporters bukken, tillen, springen, balanceren. Sporters rennen, gooien, slaan. Zij gebruiken hun lichaam intensiever en bevorderen hierdoor hun goede, maar ook hun verkeerde houdings- en bewegingsgewoonten, waardoor klachten kunnen ontstaan.


Basisgedachte
De basisgedachte van oefentherapie Cesar is:
  • Dat er een optimaal houdings- en bewegingspatroon aan te wijzen is

  • Dat iedereen goede houdings- en bewegingsgewoonten kan ontwikkelen via een gericht motorisch leerproces

Doel van oefentherapie Cesar bij sport
Deze basisgedachte is het uitgangspunt voor de therapie. Tijdens sportbeoefening vragen kracht, snelheid, ademtechniek en coördinatie extra aandacht. Hierop wordt ingespeeld bij de behandeling van de sporter. Doel is de klachten te doen verdwijnen, te verminderen en/of te voorkomen, uitgaande van ieders – strikt persoonlijke – bewegingsmogelijkheden, rekening houdend met de tak van sport (sportspecifieke bewegingstechnieken) en het niveau van de sportbeoefening (belastingsintensiteit).


Wanneer oefentherapie Cesar bij sport?

  • Bij klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat die ontstaan zijn tijdens en/of na de sportbeoefening

  • Na het eerste herstel van acute letsels aan het houdings- en bewegingsapparaat om herhaling te voorkomen (bijv. bij verzwikkingen, spierscheuren, peesbeschadigingen en botbreuken)

  • Bij een onjuiste ademtechniek tijdens het sporten

  • Om klachten en letsels als gevolg van sportbeoefening zo veel mogelijk te voorkomen


Werkwijze van de Oefentherapeut Cesar bij sport
De oefentherapeut Cesar onderzoekt de sportbeoefenaar naar aanleiding van zijn of haar klachten en de diagnose van een arts. De therapeut observeert en analyseert het houdings- en bewegingspatroon tijdens dagelijkse bewegingen en sportbewegingen. Vervolgens wordt een behandelplan opgesteld, waarin twee hoofdlijnen zijn te onderkennen, te weten:

  • Het scheppen van voorwaarden om te komen tot goed en klachtenvrij bewegen (bijv. het verkrijgen van voldoende spierkracht, spierlengte en spierspanning en een goede coördinatie).

  • De sportbeoefenaar bewust maken van de verkeerde bewegingsgewoonten en vervolgens de goede, gezonde manier van bewegen aanleren en intrainen, zodat ze tot automatisme worden. Bewegingen worden "goed" genoemd als o.a. spieren daarbij optimaal samenwerken en de gewrichten op de juiste manier worden belast.

Tijdens het dagelijks leven worden dezelfde soorten bewegingen gemaakt als tijdens het beoefenen van sport. Voorbeelden:

  • Bukken: skieën, schaatsen, hockey, golf en roeien

  • Tillen: krachttraining, judo en gewichtheffen.

  • Lopen: atletiek, zaal- en veldsporten

  • Reiken: racketsporten, handbal, volleybal en basketbal

  • Zitten: paardrijden, wielrennen, auto- en motorsport

  • Springen: volleybal, atletiek en turnen

De fouten die gemaakt worden tijdens dagelijkse bewegingen, ziet men dan ook vaak (zelfs versterkt) terug tijdens sportbeoefening. Dit is de reden waarom zowel het juist leren uitvoeren van dagelijkse bewegingen als het trainen van sportspecifieke houdingen en bewegingen deel uit maken van de behandeling. De behandeling van sportbeoefenaren wordt gegeven door een oefentherapeut Cesar en, indien noodzakelijk, ter plaatse van de sportbeoefening. Elke behandeling duurt 35 minuten en is individueel.

Home Contact Links